Begrippenlijst
IT zit vol afkortingen. Hier staan de belangrijkste begrippen voor bedrijfspanden, in gewone taal.
A
- Aansluitpunt
- De plek waar de verbinding van de provider het gebouw binnenkomt en overgaat in de interne bekabeling.
- Access point
- Een apparaat dat een draadloos WiFi-netwerk uitzendt. Meestal hangt het aan het plafond of de muur.
B
- Back-upverbinding via 4G of 5G
- Een reserveverbinding via het mobiele netwerk, die automatisch inschakelt als de vaste internetverbinding uitvalt.
- Bandbreedte
- De hoeveelheid data die per seconde over een verbinding kan. Vaak uitgedrukt in megabit of gigabit per seconde.
- Binnenhuisdekking
- Een oplossing die zorgt voor goed mobiel bereik binnen een gebouw, waar het signaal van buiten niet goed doorkomt.
C
- Casco
- Een pand dat wordt opgeleverd als lege schil, zonder afwerking en zonder installaties voor de huurder.
- CAT5e
- Een oudere categorie netwerkkabel. Geschikt voor snelheden tot 1 Gbit/s, maar niet meer voor de eisen van nu.
- CAT6
- Een veelgebruikte netwerkkabel, geschikt voor 1 Gbit/s en over kortere afstanden voor 10 Gbit/s.
- CAT6A
- Een netwerkkabel die 10 Gbit/s haalt over de volle lengte van 100 meter. De standaard voor nieuwe kantoren.
D
- Digital due diligence
- Onderzoek naar de digitale infrastructuur van een pand of portefeuille, voorafgaand aan een aankoop, verkoop of herfinanciering.
- Dubbele invoer
- Twee verbindingen die via verschillende routes het gebouw binnenkomen, zodat één kapotte kabel niet alles platlegt.
F
- Firewall
- Een beveiliging die bepaalt welk netwerkverkeer wel en niet wordt doorgelaten, tussen het internet en het eigen netwerk.
G
- Gebouwbeheersysteem
- Een centraal systeem dat de installaties van een gebouw regelt en bewaakt, zoals verwarming, koeling, ventilatie en verlichting.
- Gestructureerde bekabeling
- Een vast, gestandaardiseerd kabelnetwerk in een gebouw, waarop alle IT-apparatuur wordt aangesloten.
- Glasvezel
- Een kabel die data verstuurt als lichtpulsen door dunne glasdraden. Snel, stabiel en geschikt voor grote afstanden.
H
- Hercertificering
- Een nieuwe beoordeling van een pand na afloop van het IT-Label, of eerder na verbeteringen.
I
- Internet of Things (IoT)
- Apparaten en sensoren die met het netwerk zijn verbonden, zoals slimme thermostaten, bezettingssensoren en toegangslezers.
- IT-Demarcatielijst
- Een overzicht waarin staat wie verantwoordelijk is voor welk deel van de digitale infrastructuur: de eigenaar of de huurder.
- IT-Label
- Een onafhankelijk label dat laat zien hoe digitaal klaar een bedrijfspand is, op een schaal van IT1+ tot IT5.
L
- Latency
- De vertraging van een verbinding: hoe lang het duurt voordat data heen en weer is gegaan. Gemeten in milliseconden.
N
- Netwerkmonitoring
- Het continu bewaken van een netwerk, zodat problemen worden gezien voordat gebruikers er last van hebben.
- Netwerksegmentatie
- Het opdelen van een netwerk in afgeschermde delen, zodat bijvoorbeeld gebouwsystemen en huurders elkaar niet kunnen bereiken.
P
- Patchkast
- Een kast waarin de netwerkkabels van een verdieping of gebouw samenkomen en op netwerkapparatuur worden aangesloten.
- PoE (Power over Ethernet)
- Een techniek waarbij een apparaat stroom krijgt via dezelfde netwerkkabel als de data. Handig voor access points en camera's.
R
- Redundantie
- Het dubbel uitvoeren van belangrijke onderdelen, zodat er een reserve is als er één uitvalt.
- Roaming
- Het automatisch overschakelen van je apparaat naar een ander WiFi-access point als je door het gebouw loopt.
S
- SD-WAN
- Software die meerdere internetverbindingen slim combineert en het verkeer automatisch over de beste route stuurt.
- SLA (Service Level Agreement)
- De afspraken met een leverancier over de kwaliteit van de dienst, zoals beschikbaarheid en hoe snel een storing wordt opgelost.
- Smart Building
- Een gebouw waarin systemen zoals klimaat, verlichting, toegang en ruimtereservering via het netwerk met elkaar samenwerken.
- Symmetrische verbinding
- Een internetverbinding waarbij de uploadsnelheid even hoog is als de downloadsnelheid.
T
- Technische ruimte
- Een afgesloten ruimte waar de centrale netwerkapparatuur en de aansluiting van het gebouw staan.
- Toegangscontrole
- Een systeem dat bepaalt wie welke ruimte in mag, meestal met een pas, code of telefoon.
W
- WiFi 6 en WiFi 7
- Nieuwere WiFi-standaarden die meer apparaten tegelijk aankunnen en hogere snelheden halen dan oudere versies.
- WiFi-meting
- Een meting waarbij per ruimte wordt vastgesteld hoe sterk en snel het WiFi-signaal is. Ook wel site survey genoemd.
Genoeg theorie?
Wil je weten hoe het in jouw pand zit? Doe de zelfscan of plan een voorinspectie.