WiFi op kantoor: waarom "we hebben WiFi" niet genoeg is

WiFi is waar huurders het eerst over klagen. Dekking is maar de helft van het verhaal. Waar het echt om gaat, en hoe je het meet.

Vraag een verhuurder of er WiFi is, en het antwoord is bijna altijd ja. Vraag een huurder na drie maanden of de WiFi goed werkt, en het antwoord is een stuk minder vaak ja. Hoe kan dat?

Dekking is niet hetzelfde als capaciteit

Een WiFi-netwerk kan overal "volle streepjes" geven en toch traag zijn. Dekking zegt of je signaal hebt. Capaciteit zegt hoeveel apparaten tegelijk goed kunnen werken.

In een lege ruimte werkt bijna elk netwerk prima. Maar zet er vijftig mensen neer met een laptop, een telefoon en soms een tablet, en laat de helft tegelijk videobellen. Dan blijkt of het netwerk is ontworpen op capaciteit, of alleen op dekking.

Waar het vaak misgaat

  • Te weinig access points. Eén access point in de gang voor een hele verdieping is vaak niet genoeg.
  • Verkeerde plek. Access points boven een systeemplafond, achter een betonnen kolom of naast een liftschacht verliezen veel bereik.
  • Oude apparatuur. Oudere WiFi-standaarden kunnen minder apparaten tegelijk aan. Nieuwere standaarden zoals WiFi 6 en WiFi 7 zijn juist gemaakt voor drukke omgevingen.
  • Geen goede bekabeling erachter. Een access point is zo snel als de kabel waarmee het is aangesloten. Oude bekabeling remt ook de nieuwste WiFi af.
  • Slecht roaming. Loop je met je laptop van je bureau naar een vergaderzaal, dan hoort je apparaat soepel over te schakelen naar het dichtstbijzijnde access point. Gebeurt dat niet goed, dan valt je gesprek weg.

Hoe meet je WiFi?

Met een WiFi-meting, ook wel site survey genoemd. Daarbij loop je het pand door met meetapparatuur en breng je per ruimte in kaart hoe sterk het signaal is, hoe snel de verbinding is en waar storingen zitten. Het resultaat is een soort warmtekaart van het gebouw: groen waar het goed is, rood waar het tekortschiet.

Het beste moment om te meten is als het pand in gebruik is. Een meting in een leeg gebouw laat vooral de dekking zien, niet hoe het netwerk zich houdt onder echte belasting.

Wat betekent dit voor het IT-Label?

WiFi weegt zwaar mee in het IT-Label. Het verschil tussen de niveaus zit voor een groot deel in de kwaliteit ervan:

  • IT3 heeft beperkte WiFi-voorzieningen.
  • IT2 heeft WiFi die functioneert.
  • IT1 heeft sterke WiFi-dekking.
  • IT1+ heeft enterprise WiFi met continue monitoring.

Bij een audit meten we dat ter plaatse, op de plekken waar mensen werken.

Wat kun je als eigenaar doen?

Vaak is WiFi een van de snelste manieren om een hoger label te halen. Extra access points op de juiste plek, of vervanging van verouderde apparatuur, kan veel verschil maken zonder dat er muren open hoeven. Een voorinspectie laat zien of dat bij jouw pand ook zo is.

Wat kun je als huurder doen?

Vraag vóór het tekenen om een recente WiFi-meting of een IT-Label. En leg in de IT-Demarcatielijst vast wie verantwoordelijk is voor het WiFi-netwerk: de verhuurder of jij.