Glasvezel in een bedrijfspand: waar moet je op letten?

"Glasvezel aanwezig" staat in bijna elke brochure. Maar glasvezel is niet gelijk aan glasvezel. Dit zijn de vragen die je moet stellen.

In bijna elke brochure van een kantoorpand staat het: "glasvezel aanwezig". Dat klinkt goed. Maar het zegt eigenlijk weinig. Glasvezel tot in de meterkast is iets heel anders dan een snelle, stabiele verbinding op je bureau op de vierde verdieping.

Dit zijn de vragen die je moet stellen.

Tot waar loopt de glasvezel?

Glasvezel komt het pand binnen op één punt: het aansluitpunt, vaak in de kelder of meterkast. Daarna gaat het signaal verder over de interne bekabeling. Ligt daar oude koperkabel, dan haal je de snelheid van de glasvezel nooit.

Vraag dus niet alleen óf er glasvezel is, maar ook hoe het signaal daarna door het gebouw gaat.

Is de verbinding gedeeld of dedicated?

Er zijn grofweg twee soorten zakelijke glasvezel:

  • Gedeeld: je deelt de capaciteit met andere gebruikers. Vaak goedkoper, maar op drukke momenten kan de snelheid dalen.
  • Dedicated: de capaciteit is alleen voor jou. Je krijgt wat er in het contract staat, ook als de buren veel gebruiken.

Voor een klein kantoor kan gedeeld prima zijn. Voor een organisatie die volledig in de cloud werkt, is dedicated vaak verstandiger.

Is de verbinding symmetrisch?

Bij een symmetrische verbinding is de uploadsnelheid even hoog als de downloadsnelheid. Dat is belangrijk voor videobellen, back-ups naar de cloud en het versturen van grote bestanden. Veel consumentenaansluitingen zijn asymmetrisch. Voor bedrijven is symmetrisch meestal de betere keuze.

Wat gebeurt er als de verbinding uitvalt?

Een graafmachine op straat kan een glasvezelkabel raken. Dan ligt je bedrijf plat, tenzij er een back-up is. Er zijn twee niveaus:

  1. Back-up via 4G of 5G. Een apparaat schakelt automatisch over op het mobiele netwerk. Beter dan niets, maar met beperkte capaciteit.
  2. Een tweede vaste verbinding. Liefst via een andere route het gebouw in, en eventueel bij een andere provider. Dit heet redundantie. Met een dubbele invoer raakt een kapotte kabel op straat maar één van de twee verbindingen.

Voor het hoogste IT-Label, IT1+, is een redundante glasvezelverbinding een van de vereisten.

Wat staat er in het contract?

Kijk naar de SLA: de afspraken met de provider over beschikbaarheid en hersteltijd. Hoe snel wordt een storing opgelost? 's Nachts en in het weekend ook? Een verbinding zonder duidelijke SLA is een risico.

Controleer ook wie het contract heeft: de eigenaar of de huurder. En wat er gebeurt als de huurder vertrekt. Dat soort afspraken hoort in de IT-Demarcatielijst.

Hoe weet je het zeker?

Door het te meten. Een brochure kan zeggen "1 Gbit/s", maar wat je in de praktijk haalt, hangt af van de hele keten: van de aansluiting via de bekabeling en de netwerkapparatuur tot aan het bureau. Bij een voorinspectie of audit meten we precies dat.

Wil je eerst een snelle indicatie? Doe de zelfscan.