Het internet valt uit. Niemand kan meer bij zijn bestanden, het videogesprek met de klant valt weg en de telefoon doet het ook niet meer. In een modern kantoor ligt dan bijna alles stil. Een storing helemaal voorkomen lukt niemand. Maar je kunt er wel voor zorgen dat één storing niet meteen het hele pand platlegt.
Waar een storing vaak vandaan komt
Een internetstoring heeft niet altijd met de provider te maken. Veel voorkomende oorzaken zijn:
- Graafwerk. Een graafmachine raakt de kabel in de straat.
- Een kapot apparaat. Een router, switch of firewall in het pand gaat stuk.
- Stroomuitval. Valt de stroom even weg, dan starten apparaten opnieuw op. Soms komen ze niet goed terug.
- Een storing bij de provider. Dan heb je zelf weinig invloed, behalve met een tweede verbinding.
- Warmte. Netwerkapparatuur in een warme, slecht geventileerde kast gaat sneller kapot.
Stap 1: weet waar je kwetsbaar bent
Begin met een eenvoudige vraag: wat gebeurt er als dit onderdeel uitvalt? Stel die vraag voor de verbinding, de router, de belangrijkste switch en de stroomvoorziening. Alles waarbij het antwoord is "dan ligt alles stil", noemen we een zwakke plek.
Stap 2: een tweede verbinding
De grootste winst zit meestal in een tweede internetverbinding. Er zijn twee vormen:
- Een back-upverbinding via 4G of 5G. Die schakelt automatisch in als de vaste lijn wegvalt. Relatief goedkoop en snel geregeld. Wel met minder capaciteit, en afhankelijk van het mobiele bereik bij het pand.
- Een tweede vaste verbinding. Bij voorkeur via een andere route het pand in (dubbele invoer) en eventueel bij een andere provider. Dan raakt één graafmachine niet allebei je lijnen.
Twee verbindingen die door dezelfde sleuf lopen, geven minder zekerheid dan het lijkt. Vraag dus altijd hoe de kabels het pand binnenkomen.
Met SD-WAN kun je beide verbindingen tegelijk gebruiken. De software kiest steeds de beste route en schakelt automatisch over bij een storing.
Stap 3: stroom voor het netwerk
Een kleine noodstroomvoorziening (een UPS) houdt de netwerkapparatuur aan bij een korte stroomonderbreking. Dan hoeft niets opnieuw op te starten. Het is een relatief kleine investering die veel gedoe voorkomt.
Stap 4: een goede plek voor de apparatuur
De technische ruimte of patchkast moet koel, droog en afgesloten zijn. Een kast naast de cv-ketel of in een warme bergruimte vraagt om problemen.
Stap 5: zie het aankomen
Met netwerkmonitoring houdt software het netwerk dag en nacht in de gaten. Valt een verbinding weg of wordt een apparaat te warm, dan krijgt de beheerder een melding. Vaak voordat gebruikers iets merken.
Stap 6: goede afspraken
Wat staat er in je contract met de provider? Hoe snel wordt een storing opgelost, en geldt dat ook 's avonds en in het weekend? Dat staat in de SLA. Een zakelijke verbinding heeft meestal betere afspraken dan een consumentenabonnement.
In een verhuurd pand is het ook belangrijk wie verantwoordelijk is voor wat. Is de verbinding van de eigenaar of van de huurder? Wie belt de provider bij een storing? Dat leg je vast in de IT-Demarcatielijst.
Wat betekent dit voor het IT-Label?
Hoe goed een pand tegen storingen kan, zit in de niveaus van het IT-Label. Bij het hoogste niveau, IT1+, horen onder andere redundante glasvezel en continue monitoring. Wil je weten hoe jouw pand ervoor staat? Doe de gratis zelfscan of vraag een voorinspectie aan. Dan zie je waar de zwakke plekken zitten.